Getij en afvoer: stroming en planning
Op getijdewater bepalen hoog- en laagwater je tij-raam; op de rivieren bepaalt de afvoer de stroomsnelheid. Beide hebben invloed op je vaartijd én je gasolieverbruik.
Getij: hoog- en laagwater
Bij zeehavens en getijdewater toont de planner de astronomische HW/LW-tijden en -hoogtes rond je aankomst. Dat helpt bij het kiezen van je vertrek, het passeren van drempels en het inschatten van de doorvaarthoogte onder bruggen.
Afvoer als maat voor stroming
Op de rivieren is de afvoer (debiet in m³/s, bijvoorbeeld bij Lobith) de bruikbare indicator voor stroming. Hoge afvoer betekent sterke stroom: mee-stroom levert tijd en brandstof op, tegen-stroom kost juist meer.
Met stroom mee = zuiniger
Varen met de stroom mee of met minder tegenstroom verlaagt je verbruik. De planner toont de afvoer per riviersleutelpunt zodat je dit kunt meewegen in je vertrektijd en snelheidskeuze.